| Handboek filologie: C |
![]() |
||
|
Cacemfaton Grove scherts, dubbelzinnige toespelingen. |
|||
|
Cacosyntheton Een onhandige verplaatsing van delen van een zin. |
|||
|
Cacozelia Geaffecteerde spraak met veel gelatiniseerde woorden. |
|||
|
Cacuminaal Zie Cerebraal. |
|||
|
Cadavre exquis Het door de surrealisten in de literatuur geïntroduceerd spel (voor vijf personen oorspronkelijk), waarbij zonder elkaars tekst te kennen aan een door de eerste deelnemer neergeschreven substantief, respectievelijk een adjectief, een werkwoord, een substantief en een adjectief toevoegt. Zo genoemd naar de eerste op deze wijze verkregen zin: 'le cadavre exquis boira le vin nouveau'. |
|||
|
Cadens |
|||
|
Calembour
|
|||
|
Calligram(me) De vorm van visuele poëzie waarbij de versregels zo geordend zijn dat ze als de omtrekken van een tekening werken en de in die woorden benoemde of behandelde onderwerpen iconisch uitbeelden. Vergelijk carmen figuratum. |
|||
|
Cancion Het Spaans lyrisch genre, oorspronkelijk bestaande uit vijf octosyllabische trocheïsche verzen. Het eerste vers geeft het motto aan (meestal een spreekwoord); de volgende vier verzen, waarvan er twee rijmen op de eerste versregel, geven een variatie op dat motto. Later wordt de vorm uitgebreider (twaalf verzen, een vierdelig motto). |
|||
|
Cancione(i)ro Een verzameling cantiga's rond één thema. Bijvoorbeeld: Cancioneiro da Vaticana. |
|||
|
Canso Een Provençaals liefdeslied, meestal bestaande uit vijf tot 7 strofen van gelijke versregels en gevolgd door een envoi, ook tornada genoemd. In Spanje en Portugal wordt de canso cantiga genoemd. |
|||
|
Cantate De dramavorm met de combinatie van woord en muziek. Het is een dichtwerk dat door zijn dialogiserend karakter een dramatische inslag vertoont, doch dat tevens van lyrisch-epische aard is: lyrisch in de aria's en koren, episch in de recitatieven. Bijvoorbeeld: De Starrenhemel (1783) van Hiëronymus van Alphen. |
|||
|
Cantiga
Afgeleid van het Spaans / Portugese cantiga (lied). |
|||
|
|||
|
Canto Een deel of boek van een groot verhalend gedicht. Afgeleid van het Italiaanse canto (zang). Bijvoorbeeld: de 100 canto's waaruit Divina Commedia van Dante bestaat.
|
|||
|
Canzone Een lyrische dichtvorm met vijf of tien gelijkgebouwde strofen van een willekeurig aantal verzen. De verzen bestonden meestal uit elf lettergrepen, maar later konden het er ook dertien zijn. De zevende en tiende regel hadden echter altijd slechts zeven lettergrepen. Elke strofe valt uiteen in twee delen (fronte en sirima), die door een kunstvol rijmschema met elkaar waren verbonden. Het gedicht wordt afgesloten door een kortere strofe, de envoi. De canzone is de aanloop geweest tot het sonnet en de ottava rima. De canzone werd gebruikt door Dante en Petrarca. |
|||
Canzoniere Een verzameling canso's rond één thema. Bijvoorbeeld: Canzoniere van Petrarca (±1370). |
|||
|
Cardinalium Een hoofdtelwoord. Afgeleid van het Latijnde cardo (deurhengsel). |
|||
|
Caret Het teken dat aangeeft dat iets weggelaten is: ^. |
|||
|
Carmen De Horatiaanse ode. |
|||
|
Carmen figuratum Een vers waarbij door de vorm of plaatsing van letters, woorden en regels figuren worden gemaakt. Ook figuurdicht of technopaignion genoemd. Bijvoorbeeld: het 'Glas', de 'Fles'. |
|||
|
Carmina Burana Een verzameling 13-eeuwse Latijnse liederen, die werden opgesteld door de Vaganten, een groep rondtrekkende studenten die van de ene universiteit naar de andere trokken. Het handschrift werd gevonden in het Beierse klooster Benediktbeuern, waar de naam Burana van afkomstig is. |
|||
|
Carol De Engelse middeleeuwse dichtvorm met feestelijk karakter met een doorgaans religieuze thematiek. De carol bestaat uit vierregelige strofen die telkens worden afgewisseld met een refrein. Rond de zestiende eeuw werden de voorschriften voor metrum en vers versoepeld. Sinds die periode heeft de carol uitsluitend de betekenis van kerst- of paaslied, ongeacht de formele kenmerken. |
|||
|
Cartouche De ovale omlijsting bij hiërogliefen rond een koningsnaam. |
|||
|
Casus De naamval. Afgeleid van het Latijnse cadere (vallen). |
|||
|
Casus obliquus Een verbogen naamval. Ook oblique genoemd. |
|||
|
|||
|
Catacosmesis Het plaatsen van woorden van grootste waardigheid naar kleinste. |
|||
|
Catalecten Een verzameling fragmenten uit oude werken. Afgeleid van het Griekse katalêgo (uitkiezen). |
|||
|
Catalectisch De eigenschap van een vers dat in de laatste versvoet één of meer lettergrepen mist. Vergelijk brachycatalectisch, dicatalectisch, hypercatalectisch en hypermetrisch. Afgeleid van het Griekse katalêgo (uitkiezen). Antoniem: acatalectisch. |
|||
|
Cataplexis Een bedreiging met straf, ongeluk of rampspoed. |
|||
|
Catastrofe De noodlottige ontknoping van een tragedie. |
|||
|
Catenen Een verzameling van bijbelverklaringen. Afgeleid van het Latijnse catena patrum (keten der vaders). |
|||
|
Causaal Redengevend. |
|||
|
Causatief, Causalis Een zwak werkwoord aanduidend dat het onderwerp bewerkt wat door het verwante sterke werkwoord wordt uitgedrukt. Bijvoorbeeld: 'vellen' is causatief ten opzichte van 'vallen'. |
|||
|
Cavatina Een korte aria, zonder herhaling, in het bijzonder aan het slot van een recitatief. |
|||
|
Cento Een werk, stuk of gedicht dat is samengesteld uit werk van andere auteurs. Ook pastiche genoemd. |
|||
|
Centumtaal De benaming voor elk van de westelijke groep van de Indogermaanse talen. Genoemd naar de onderscheidende benaming voor 'honderd' (Latijn: centum). Vergelijk satemtaal. |
|||
|
Cerebraal (Van occlusieven) gevormd met teruggebogen tongpunt waarvan de rand articuleert met het voorste deel van het harde verhemelte; ook cacuminaal genoemd. |
|||
|
|||
|
Chanson (d'amour) Een vorm van liefdeslied, vooral door de Provençaalse troubadours beoefend. Het chanson telt vijf of zes strofen en een envoi. De dichter streeft naar technische virtuositeit binnen eenzelfde thematiek: de hoofse minne. |
|||
|
Chanson balladée
Na het refrein komt een keerpunt (le lai vire) en kan de dichter verdergaan met drie strofen en een refrein. Het patroon kan zo vaak herhaald worden als de dichter wenst. |
|||
|
Chanson de femme Een vorm van lyrische poëzie uit de twaalfde eeuw, bestaande uit enkele eenvoudige strofen met refrein. Het thema is de liefde en wordt bezongen door de vrouw. In vage bewoordingen zingt ze een aantal typische situaties, zoals tegengewerkte liefde. Ook chanson d'histoire of chanson de toile genoemd. Bijvoorbeeld: Bel Idoine (twaalde eeuw). |
|||
|
Chanson d'histoire Zie chanson de femme (hierboven). |
|||
|
Chanson de geste De Franse ridderepiek, de bakermat van de middeleeuwse letterkunde. Zij verheerlijken de ridder en bezingen zijn moed, vechtlust en trouw. Het beroemdste van deze liederen, La chanson de Roland, is vertaald of bewerkt in het Nederlands, Duits, Noors en Italiaans. Tegen het midden van de 12e eeuw treedt het heroïeke meer op de achtergrond, de vrouw gaat een belangrijker plaats innemen. Nu ontstaat de hoofse ridderroman, waarin Britse, klassieke en Oosterse verhaalstof verwerkt zijn. |
|||
|
Chanson de mal-mariée Een chanson de femme (zie hierboven) waarin wordt bezongen dat de vrouw aan een oude man is uitgehuwelijkt. |
|||
|
Chanson de toile Zie chanson de femme (hierboven). |
|||
|
Chant Royal, Le De in de Franse lyriek van de 14e eeuw ontstane dichtvorm, die uit zes strofen bestaat. De eerste vijf hebben gewoonlijk elf versregels met het rijmschema ababccddede, het zesde (l'envoi = de opdracht) telt vijf regels, rijmend met de laatste vijf regels van de voorgaande strofen. Bij Chaucer tellen de strofen zeven regels met het rijmschema ababbcc (zie chauceriaans stanza). |
|||
|
Characterismus Het beschrijven van een lichaam of geest. |
|||
|
Charade Een lettergreepraadsel. |
|||
|
Charivaria Stijlbloempjes en "ismen", verzameld in de Groene Amsterdammer, door Charivarius, pseudoniem van Dr. G. Nolst Trénité. |
|||
|
Chauceriaanse stanza Een strofevorm van zeven decasyllabische jambische pentameters met het rijmschema ababbcc. Chaucer gebruikte deze vorm in sommige van zijn verhalende gedichten, waaronder in The Canterbury Tales. Ook rhyme royal genoemd. |
|||
|
Chiasma, chiasme
|
|||
|
Choliambe Een zesvoetig jambisch vers met een trochee of spondee als laatste voet: U - │ U - │ U ║ - │ U - │ U │ - U. Ook hinkjambe genoemd. Afgeleid van het Griekse chôlos (verminkt) en iambôs (jambe). |
|||
|
Choree Zie trochee. |
|||
|
Choriambus |
|||
|
Chorografie Het beschrijven van een natie. |
|||
|
Chrestomathie Een bloemlezing, met name van een schrijver in een vreemde taal, om deze taal te leren. Ook anthologie genoemd. Afgeleid van het Griekse chrestôs (nuttig) en manthano (leren). |
|||
Chrie
|
|||
|
Christogram De ineengeschreven Griekse beginletters van Christos: 'X (chi)' en 'P(rho)'. Afgeleid van het Griekse christôs (Christus, gezalfde). |
|||
|
Chroma Een rede voor het gerecht, waarbij hier en daar de mening niet regelrecht wordt gezegd, maar in dubbelzinnigheden gehuld wordt. |
|||
|
Chronodistichon Een chronogram (zie hieronder) in dubbelversvorm. |
|||
|
Chronografie Het beschrijven van tijd. |
|||
|
Chronogram Een Latijnse tekst, waarvan de letters die een getal kunnen voorstellen samen een jaartal vormen. Zelden ook chronicum genoemd. |
|||
|
Chronosticon Een chronogram (zie hierboven) van in versvorm. |
|||
|
Chute Het keerpunt in een sonnet, de wending in de ontwikkelde gedachte tussen het octaaf en het sextet. Ook volta genoemd. |
|||
|
|||
|
Circulus (in) probando Een cirkelbewering. |
|||
|
Circumflex, Circumflexus Het samentrekkingsteken, ~, ^. Bijvoorbeeld: 'Neêrlands' voor 'Nederlands'. |
|||
|
Circumlocutie Zie perifrase. |
|||
|
Citadelpoëzie De poëzie waarin de lof wordt gezongen van de verdediging van Antwerpen door Chassé in 1832. |
|||
|
Classicisme De navolging van de Griekse of Romeinse oudheid in kunst of letteren. |
|||
|
Clausula
Vergelijk cursus. |
|||
|
Clausule Een dertienregelige strofe, welke strofevorm uit het Latijn afkomstig is en het rijmschema aabaabaabaabb heeft. De Nederlandse dichter Jacob van Maerlant (1235-1300) schreef op deze wijze zijn Strofische Gedichten. |
|||
|
Clerihew Een speelde dichtvorm van vier paarsgewijs rijmende verzen. |
|||
|
Cliché Een veelgebruikte beeldspraak, waardoor deze 'afgesleten' is. |
|||
|
|||
|
Cluyte |
|||
|
Coacervatie Zie accumulatie. |
|||
|
Coda Een aan een sonnet toegevoegde regel of strofe. |
|||
|
Codex Een oud handschrift. Afgeleid van het Latijnse caudex (boomstam, boek). |
|||
|
Cognaat Een woord van gelijke afstamming. |
|||
|
Cognomen Zie bij antonomasia. |
|||
|
Cohesie De innerlijke samenhang van de woorden en morfemen in een zin. |
|||
|
Collectaneum Een verzameling van uittreksels uit boeken en geschriften. |
|||
|
|||
|
Collocatie Een idiomatische verbinding van twee of meer woorden. |
|||
|
Collocutor Een gesprekspartner. Afgeleid van het Latijnse colloqui (converseren). |
|||
|
|||
|
Color De retorische term voor de manier waarop een spreker het feit 'kleurt'. Bijvoorbeeld: minutio en amplificatie. |
|||
|
Combinatorische variatie Een verandering in een klank onder invloed van naburige klanken. |
|||
|
Comédie Een blijspel. We onderscheiden:
|
|||
|
Comma Eén tot drie woorden die een deel vormen van een colon 3. |
|||
|
Commedia all'improviso Zie comedia dell'arte (zie hieronder). |
|||
|
Commedia dell'arte Het blijspel waarbij de tekst geïmproviseerd wordt naar aanleiding van een van te voren in grote lijnen vastgesteld intrige. Hierbij maakt men gebruik van bepaalde, steeds terugkerende typen, zoals Harlekijn. Ook comedia all'improviso genoemd. |
|||
|
Commoratio Het benadrukken van een hoofdpunt door het verschillende malen te herhalen in verschillende woorden. |
|||
|
Commutatio De volgorde van de eerste clausules omdraaien in de tweede. |
|||
|
Communio Zie complexio. |
|||
|
Commutatieproef De proef tot vaststelling van de fonemen van een taal door het vergelijken van woorden die in één klank verschillen. |
|||
|
Comparatief,
Comparativus De vergrotende (of vergelijkende) trap. Vergelijk positief, superlatief en elatief. Bijvoorbeeld: 'langer (dan)', 'groter (dan)'. In het Latijn heeft deze trap vier betekenissen: 'langer', 'nog al lang', 'te lang' en 'langste' (als het gaat over twee personen of twee zaken). |
|||
|
Compendium
|
|||
|
Competence, competentie De kennis die de taalgebruiker heeft van zijn moedertaal en die hem in staat stelt op correcte wijze en in een situatie passende zinnen in die taal te vormen en te begrijpen. Ook taalvermogen en competence genoemd. Antoniem: performance. |
|||
|
Complainte De Frans-middeleeuwse en Engels-renaissancistische benaming voor een elegie. Vaak was de complainte satirisch bedoeld of is ze een humoristische schijnklacht (zoals bij Chaucer over een lege geldbeurs). |
|||
|
Complement Een aanvullend begrip. |
|||
|
Complementair antoniem Zie bij antoniem. |
|||
|
Complementaire
distributie Het elkaar aanvullen van in betekenis gelijkwaardige suffixen. Bijvoorbeeld: '-er' en '-aar'. |
|||
|
Complexio De vorm van epanalepsis waarbij zowel het begin als het einde van een vers of een zin worden herhaald. Ook communio of symploke genoemd. |
|||
|
Compliment Het uitvoeren van geëmotioneerde ceremoniën. |
|||
|
Composeren
|
|||
|
|||
|
Comprobatio Het complimenteren van iemands rechters of toehoorders. |
|||
|
Conatief De eigenschap van een werkwoord die een bepaald aspect in het imperfectum uitdrukt. |
|||
|
Concatenatie De techniek om de gedachte waarop een strofe uitloopt te hernemen in het eerste vers van de volgende strofe door middel van herhaling. Dit werd gedaan om het herinneren van het gedicht te vergemakkelijken. Ook connexio genoemd. Afgeleid van het Latijnse catena (keten). |
|||
|
Conceptismo De beweging in de zeventiende-eeuwse Spaanse literatuur, die zich afzette tegen het gongorisme. Ze drong aan op een precieze en correcte stijl, vrij van latinismen, en legden de nadruk op een scherpzinnige inoud. |
|||
|
Concessief Toegevend. Ook consessief genoemd. Bijvoorbeeld: 'hoewel' is een concessief voegwoord. |
|||
|
Concessie, concessio Het stijlmiddel waarbij de redenaar toegeeft dat de tegenpartij gelijk heeft op een punt van ondergeschikt belang; aldus kan de concessie vaak de ironie benaderen. Bijvoorbeeld: de rede van Marcus Antonius in Julius Caesar van Shakespeare (±1600).
|
|||
|
Concetti
|
|||
|
Concettismo Zie marinisme. |
|||
|
Conciliatie Het stijlmiddel waarbij er een vervaging optreedt van het onderscheid tussen twee aan elkaar tegengestelde meningen of benamingen door de mening van de tegenpartij af te zwakken of door er een correctie op toe te passen. Deze techniek wordt vaak in de refutatie gebruikt om de argumenten van de tegenpartij met de eigen stelling te verzoenen, of tot eigen voordeel uit te buiten. |
|||
|
Conclusie Zie peroratie. |
|||
|
Conclusief Gevolgaanduidend. Ook consecutief genoemd. Bijvoorbeeld: 'derhalve' is een conclusief bijwoord. |
|||
|
Concomitante
verschijnselen De begeleidende (en volgens Van Ginneken irrelevante) verschijnselen van een klank, zoals timbre (klank) en verschil in lengte. |
|||
|
Concrete poëzie De moderne poëzievormen die allereerst gebruik maken van de materieel-concrete eigenschappen van taal, zoals klank en grafische vorm. Wanneer ze een vermenging is van poëzie en muziek spreekt men van akoestische of fonetische poëzie. Bij een vermenging van poëzie en grafiek van visuele poëzie. Zie ook visieve poëzie. Bijvoorbeeld: Zimprovisaties van Paul de Vree (1968). |
|||
|
Conditionele uitspraak Een 'als... dan...'-redenering. Zie bij antecedent, consequens en implicatie. |
|||
|
Conditionalis De voorwaardelijke modus; een bijzin. Afgeleid van het Latijnse condicionalis (voorwaardelijk). |
|||
|
Conduplicatio Het herhalen van woorden in opeenvolgende clausula's. |
|||
|
Confabulatie
|
|||
| Confirmatie Het deel van de rede waarin de redenaar de argumenten voor en tegen uiteenzet; de bewijsvoering. Zie meer informatie over de indeling van een klassieke op de pagina over Ordening. |
|||
|
Confutatie Het deel van een rede waarin de argumenten van de tegenstander worden weerlegd. Ook wel refutatie genoemd. Zie meer informatie over de indeling van een klassieke op de pagina over Ordening. |
|||
|
Congé De Frans-middeleeuwse dichtvorm waarbij het Lijden wordt aangeroepen door de dichter die de dood ziet naderen. De nadruk ligt op de tegenstelling tussen de smart van de dichter en zijn hoop op eeuwig geluk. Zie ook deze pagina. Bijvoorbeeld: Congés van Jean Bodel (1204). |
|||
|
Congeries Zie accumulatie. |
|||
|
Congruentie Het in vorm en functie overeenstemmen van bij elkaar horende zinsdelen, meestal in persoon en getal van een onderwerp en de daarbij behorende persoonsvorm. Antoniem: incongruentie. |
|||
|
Coniectura De vorm van de hoofdvraag van een strafproces, waarbij wordt gevraagd òf de beschuldigde de misdaad heeft begaan (an fecerit). Vergelijk finitie, qualitas en translatie. |
|||
|
Conjugatie Een vervoeging. |
|||
|
Conjunctie
|
|||
|
Conjunctivus De subjectieve modus; het drukt een wens, een wil, een twijfel, een mogelijkheid e.d. uit. We onderscheiden:
|
|||
| Conjuncte fonemen De fonemen die een onderlinge samenhang of relatie hebben. |
|||
|
Connotatie De met een woord verbonden voorstellingen (van emotionele aard) buiten de eigenlijke betekenis. Antoniem: denotatie. |
|||
|
Connexio Zie concatenatie. |
|||
|
Consecutief Gevolgaanduidend. Ook conclusief genoemd. Bijvoorbeeld: 'derhalve' is een consecutief bijwoord. |
|||
|
Consecutio temporum Een grammaticale regel volgens welke het gebruik van een bepaalde tijd in de hoofdzin een bepaalde soort van tijd in de bijzin noodzakelijk maakt. |
|||
|
Consequens Het tweede argument van een implicatie, een noodzakelijke voorwaarde. |
|||
|
Consessief Toegevend. Ook concessief genoemd. Bijvoorbeeld: 'hoewel' is een consessief voegwoord. |
|||
|
Consolatie Een elegie waarbij de nadruk ligt op troost. |
|||
|
Consonant Een medeklinker. |
|||
|
Consonant-coniugatie De vervoeging die zich voordoet wanneer de stam eindigt op een consonant (zie hierboven) en de conjugatie-suffix begint met een consonant (zie hierboven). Tussen de stam en de uitgang staat dan een bindvocaal. |
|||
|
Constituent Een zinsdeel; een woordgroep. |
|||
| Constitutio De Latijnse term voor stasis. |
|||
|
Constructio ad sensum |
|||
|
|||
|
Contaminatie Een vermenging van aan elkaar verwante woorden. Afgeleid van het Latijnse contaminare (beroeren, bevlekken). Bijvoorbeeld: 'optelefoneren' van 'opbellen' en 'telefoneren'. Er zijn echter ook opzettelijke contaminaties, zoals 'brunch' ('breakfast' en 'lunch') en 'smog' ('smoke' en 'fog'). Een contaminatie kan ook uit meerdere woorden bestaan, zoals bij: 'Deze auto kost duur', waarbij 'kost veel' en 'is duur' zijn vermengd. Zie ook porte-manteau. |
|||
|
Conte Een wonderlijke vertelling; een onwaarschijnlijke novelle. |
|||
|
Contemplatie Een vrome bespiegeling. |
|||
|
Contingente uitspraak Een uitspraak waarvan de waarheidswaarde afhangt van hoe de wereld in elkaar zit. Vergelijk tautologie en contradictie. |
|||
|
Continuant Een glijdende medeklinker; een wrijfklank. |
|||
|
Continuatio Het gebruik van volle, lange zinnen. |
|||
|
Contractie De samentrekking van klinkers. In het algemeen heeft een o-klank de overhand op een a-klank, een a-klank op een e-klank. |
|||
|
Contradictie Afgeleid van het Latijnse contra (tegen) en dicere (spreken).
We onderscheiden:
|
|||
|
Contrapunt Een metrische variatie waarbij de hoofdversvoet jambisch is en afgewisseld wordt met een dactylische of trocheïsche versvoet. Ook counterpoint genoemd. Zie antimetrie. |
|||
|
Contrarium Het gebruik van één of twee tegengestelde beweringen om een andere te bevestigen. |
|||
|
Contrastieve grammatica Een spraakkundige beschrijving van de structurele verschillen tussen twee talen. |
|||
|
Contrepèterie Zie antistrofe 1. |
|||
|
Controversia Het uitspreken van een rede over een verzonnen juridisch geval als oefening op de retorenscholen. De andere oefeningen waren: chrie, declamatio, suasoria, laudatio en vituperatio. |
|||
|
Contourtonen De tonen die van hoogte veranderen. Antoniem: level- of registertonen. |
|||
|
Conundrum Een raadsel. |
|||
|
Conversie Zie transmutatie. |
|||
|
Coördinatie Een nevenschikking. |
|||
|
Copla Een gedichtje in de Spaanse volkspoëzie van één strofe met drie tot vijf, gewoonlijk echter vier achtlettergrepige regels, de cuarteles, of uit vier regels met afwisselend zeven en vijf lettergrepen, de seguidillas. De thema's zijn gevoelens van liefde, haat, verlangen, smart en heimwee. |
|||
|
Copula Een koppelwerkwoord. Afgeleid van het Latijnse copulare (samenvoegen). |
|||
|
Copulatie De verbinding van onderwerp en gezegde door de copula (zie hierboven). |
|||
|
Corollaire Een stelling die onmiddellijk uit het voorafgaande volgt. |
|||
|
Corollarium Een bijvoegsel. |
|||
|
Coronaal Met de tongpunt gearticuleerd. |
|||
|
Coronis Het Griekse teken boven klinkers ter aanduiding van samentrekking. |
|||
Correctie
|
|||
|
Correlatie Een reeks van opposities, elk tussen twee fonemen, die een archifoneem hebben en waartussen tegelijkertijd een gemeenschappelijk verschil bestaat. |
|||
|
Correlatief Een antecedent waarop een betrekkingswoord slaat. |
|||
|
Correlativa De woorden die door een kleine verandering aan het begin van het woord achtereenvolgens een vragende, aanwijzende of betrekkelijke betekenis hebben. |
|||
|
Corroboratie De steun voor een argument of redenering. |
|||
|
Coryfee Een koorleider in de Griekse tragedie. |
|||
|
Counterpoint Zie contrapunt. |
|||
|
Crasis Een samensmelting van twee klinkers tot één klank, in het bijzonder de laatste en de eerste klinker van twee woorden. Letterlijk overgenomen van het Griekse krasis (vermenging). |
|||
|
Crenologie Het nagaan van werken die invloed op een tekst hebben kunnen uitoefenen; letterkundig bronnenonderzoek. Afgeleid van het Griekse krene (bron). Vergelijk doxologie 2. |
|||
|
Creolisering Het geheel van de verschijnselen die zich voordoen bij plotseling contact van een Europese met een inlandse taal. |
|||
|
Creticus De klassieke versvoet: - U -. |
|||
|
Crux ansata Het teken '_'. |
|||
|
Cryptanalyse De taaltheorie die het mogelijk acht een taal te analyseren zonder daarbij de betekenis der woorden te betrekken. |
|||
|
Cuartel Een Spaanse copla-vorm, bestaande uit vier achtlettergrepige regels. |
|||
|
Curiosa felicitas Een gelukkige taalwending of een stijl die berust op toewijding van de schrijver. De term werd geïntroduceerd door Petronius. |
|||
|
Cursus
|
|||
|
Cyclisch gedicht Een strofisch gedicht waarvan de slotstrofe de beginstrofe herhaalt. |
|||
|
Cyclogram Een woord dat eindigt met letters waar het mee begint. Ook rondloper of staartbijter genoemd. Bijvoorbeeld: 'weduwe' en 'ingeving'. |
|||
|
Cyclus Een groep lyrische of epische werken, die samenhangen door een zekere eenheid van onderwerp, sfeer of vorm. Zie romancyclus en raamvertelling. |
|||
|
Cyrillisch schrift Het alfabet dat door Cyrillus rond de 9e eeuw werd gebruikt en de basisvorm is van het alfabet van enkele Slavische talen. Zie ook deze pagina.
|
|||
| © Maurice van Elburg (m.van.elburg@raketnet.nl) Niet zonder toestemming kopiëren. |
|||
| Terug naar de homepage | |||