| Handboek filologie: D |
![]() |
||
|
Dactylologie De vingertaal. Afgeleid van het Griekse daktulôs (vinger). |
|||
|
Dactylus
|
|||
|
Daling Zie thesis. |
|||
DandyismeDe romantisch-aristocratische protesthouding van bepaalde negentiende-eeuwse auteurs. Bijvoorbeeld: Byron. |
|||
|
Dagboekroman Zie ik-roman. |
|||
|
Datief, Dativus De derde naamval. Afgeleid van het Griekse dôtike (geneigd tot geven). Bijvoorbeeld: 'Met voorbedachten rade.' We onderscheiden:
|
|||
|
|||
|
Declamatie Een retorische, hoogdravende rede. |
|||
|
Declamatio Het openbaar uitspreken van een rede als klassieke oefening aan de retorenscholen. De andere oefeningen waren: chrie, controversia, suasoria, laudatio en vituperatio. |
|||
|
Declamatorium Een dichtstuk dat bij de voordracht wordt begeleid en afgewisseld door muziek of zang. |
|||
|
Declinatie
|
|||
|
Decorum De mate waarin de stijl van een rede is aangepast aan het publiek en het onderwerp. Ook aptum genoemd. Een onderdeel van de elocutie. |
|||
|
Dedicatie De opdracht van een geschrift. Afgeleid van het Latijnse dicare (opdragen). |
|||
|
|||
|
Deelwoord De vorm van het werkwoord die de werking als attribuut van een zelfstandigheid voorstelt. Synoniem: participium. |
|||
| Deesis Een heftige smeekbede aan goden of mensen. |
|||
|
Defectieve werkwoorden De werkwoorden die niet alle vormen of tijden hebben. |
|||
|
Deficiëntie Het tekort aan redundantie. Het treedt op bij polysemie die niet voldoende door de context ingeperkt is. |
|||
|
Definiet Bepaald. |
|||
| Definitio Zie explicatio. |
|||
|
Deflexie Het verdwijnen van buigingsuitgangen. |
|||
|
Dehortatio Een waarschuwing, een advies het tegenovergestelde te doen. |
|||
|
Deiktisch Aanwijzend, dat wil zeggen: verwijzend naar de concrete taalgebruikssituatie. Vergelijk anafoor 2. Bijvoorbeeld: 'hier' is een deiktische uitdrukking. |
|||
|
Delabialisatie Ontronding. |
|||
|
|||
|
Deliberatio Het evalueren van verschillende mogelijkheden van handelen. |
|||
|
Deliberativum De soort politieke redevoeringen waarin geprobeerd wordt de toehoorders een voorstel te laten steunen of af te wijzen. Vergelijk demonstrativum en iudicale. |
|||
|
Delta De vierde letter van het Griekse alfabet, geschreven als Δ. Zie deze pagina voor het volledige Griekse alfabet. |
|||
|
Demonstratie Een levendige, gedetailleerde beschrijving van personen of zaken. Ook descriptie, diatypose, effiguratie, ekfrase, enargia, evidentia, hypotypose of illustratie genoemd. |
|||
|
Demonstratief, Demonstrativum (Een) aanwijzend (voornaamwoord). Bijvoorbeeld: een 'demonstratief pronomen' is een aanwijzend voornaamwoord. |
|||
|
Demonstrativum De soort redevoeringen waarin iemand wordt geprezen of afgekeurd. Vergelijk deliberativum en iudiciale. |
|||
|
Dendrografie Het beschrijven van een boom. |
|||
|
Denominaal Van een nomen afgeleid. |
|||
|
Denominatief Een werkwoord afgeleid van een substantief of adjectief. Bijvoorbeeld: 'zonnen' van 'zon', of: 'bruinen' van 'bruin'. |
|||
|
Denotatie De vast omschreven betekenis van een woord. Antoniem: connotatie. |
|||
|
Dentaal Een medeklinker gevormd door afsluiting van de luchtstroom tussen de punt van de tong en de tanden (bijvoorbeeld de 'd' en de 't'). Afgeleid van het Latijnse dens (tand). |
|||
|
Depalatalisering Het ontnemen of verloren gaan van het palataal karakter van een klank. |
|||
|
Deponens Een passief werkwoord met een actieve betekenis. Bijvoorbeeld: 'sequitur' (hij volgt). We onderscheiden: |
|||
|
Derivaat, Derivatum,
Derivatie Een afleiding; een afgeleid woord. Afgeleid van het Latijnse rivus (stroom). |
|||
|
Descriptieve grammatica De grammatica die de competentie beschrijft. |
|||
|
Descriptie Een levendige, gedetailleerde beschrijving van personen of zaken. Ook demonstratie, diatypose, effiguratie, ekfrase, enargia, evidentia, hypotypose of illustratie genoemd. |
|||
|
Desideratief Een werkwoord, afgeleid van een ander werkwoord, dat het aangeeft de actie die het het primaire werkwoord omschrijft, te willen doen. Afgeleid van het Latijnse decideratum (verlangen). Bijvorbeeld: het Latijnse werkwoord 'micturare' (het verlangen te urineren) is het desideratief van 'mingere' (urineren, verleden participaal = 'mictus'). |
|||
|
Desis De uitwerking van het groeiend conflict in een tragedie. Ook epitasis genoemd. |
|||
|
Detectiveroman Het episch genre waarbij de schrijver een hoofdpersoon door fijnzinnig speurwerk, door deduceren en combineren, licht laat scheppen in een aanvankelijk duister lijkende zaak. Er is echter binnen dit genre ook een psychologische tak, zoals de detectives van Georges Simenon, wiens detective (Maigret) de misdadiger achterhaalt door zich vertrouwd te maken met diens geestelijke klimaat, zijn psyche, zijn mogelijke beweegredenen; bovendien munten de boeken van Simenon uit door hun sterke (gewoonlijk Parijse) sfeer. |
|||
|
Determinant Een bepalend woord of element. |
|||
|
|||
|
Determinatief compositum Een samenstelling waarvan het tweede lid door het eerste nader bepaald wordt. |
|||
|
|||
|
Deus ex machina Een literaire kunstgreep. Letterlijk betekent het 'Een god uit de (toneel)installatie'. |
|||
|
Deuteragonistes De tweede acteur. Na de door Thespis geïntroduceerde hypokritès die de belangrijkste rol toebedeeld kreeg ('protagonistes'), introduceerde Aischylos een tweede acteur in de tragedie, de 'deuteragonistes'. |
|||
|
Deuterocanoniek De geschriften die wel door de katholieke kerk, maar niet door de protestantse kerken als deel van de canon van de bijbel worden beschouwd. De protestanten noemen deze geschriften apocrief. |
|||
|
Deverbatief Afgeleid van een werkwoord. |
|||
| Diabole Een voorspelling of afkeuring van toekomstige gebeurtenissen. |
|||
|
Diachrone verklaring Een verklaring die is gebaseerd op gegevens betreffende de ontwikkeling van de taalverschijnselen in de loop der tijden. Antoniem: synchrone verklaring. |
|||
Diacope
|
|||
|
Diacritisch teken Een teken dat de uitspraak aanduidt. |
|||
|
Diaeresis Zie diëresis. |
|||
|
Diafora
|
|||
|
Dialect Een afwijking van de standaardtaal; een streektaal. Afgeleid van het Griekse dialektôs (tongval). |
|||
|
Dialectologie De leer of kennis van de streektalen of dialecten. |
|||
| Diallage Het inbrengen van verschillende argumenten om één stelling te bevestigen. |
|||
|
Dialogismus Een dialoog (zie hieronder) voorwenden; spreken in naam van een ander. |
|||
|
Dialoog Een tweespraak; een samenspraak. |
|||
| Dialyse Het redeneren vanuit een serie disjunctieve proposities. |
|||
|
Diaporesis De stijlfiguur van de (schijnbare) twijfel. |
|||
| Diastole Het verlengen van een lettergreep of vocaal die normaal kort is. Antoniem: systole. |
|||
| Diasyrmus Een kleinering van de argumenten van de tegenstander. |
|||
|
Diatesseron Een samenhangend verhaal van Jezus Christus' leven naar de gegevens van de vier Evangeliën. |
|||
|
Diathese Het samenvattend begrip voor actief en passief bij werkwoorden. |
|||
|
Diathesis De vorm van het werkwoord (actief of passief). |
|||
|
Diatribe Een retorisch betoog, een filosofische voordracht. |
|||
Diatypose
|
|||
| Diazeugma De vorm van zeugma waarbij één onderwerp meerdere werkwoorden heeft. |
|||
|
Dibrachys De klassieke versvoet: U U. Ook pyrrhichius genoemd. |
|||
|
Dicaeologia Excuses maken uit noodzaak. |
|||
|
Dicatalectisch Een vers waarbij in het midden en op het einde een lettergreep ontbreekt. Zie catalectisch. |
|||
|
Dichoree Een trocheïsche dipodie. Ook ditrochee genoemd. |
|||
|
Dictie Een uitdrukkingswijze; de woordkeus; de uitspraak. |
|||
|
Diegesis Het tijdruimtelijke universum waarin de geschiedenis zich afspeelt. |
|||
|
Diëresis, Diaeresis
|
|||
|
|||
|
Diffuus Een breedvoerige, omslachtige stijl. |
|||
|
Difoon Een klankpaar, vooral beschouwd wat betreft de overgang van de ene klank in de andere. |
|||
|
Diftong Een tweeklank, twee klinkers als één uitgesproken. Afgeleid van het Griekse ftôngôs (klank). Bijvoorbeeld: 'ui'. |
|||
|
Digamma Een oudgrieks letterteken met de klankwaarde van 'w', ook 'wau' genoemd. |
|||
|
Digesta Een kort uittreksel. Ook brevarium of epitome genoemd. |
|||
| Digestie Een ordelijke opsomming van de punten die behandeld zullen worden. |
|||
|
Diglossie Het verschijnsel dat in één land twee officiële varianten van de schrijftaal bestaan. Bijvoorbeeld: Servisch. |
|||
|
Digraaf Twee letters als één uitgesproken. |
|||
|
Digressie Een afdwaling van het eigenlijke thema om een rede of verhaal op te smukken met bijkomstigheden of elementen die slechts zijdelings met het thema te maken hebben. Ook excursus genoemd. Het terugkeren naar het oorspronkelijke thema heet reditus ad propositum. Vergelijk apoplanesis. |
|||
|
Diiambe Een jambische dipodie. |
|||
| Dilemma Een argument dat een tegenstanders onacceptabele keuzes geeft. |
|||
|
Dimeter Een klassiek versschema met twee gelijke versvoeten. |
|||
|
Diminutief, Deminutivum Een verkleinwoord. Afgeleid van het Griekse dis- (uiteen) en het Latijnse minuere (klein(er) maken). |
|||
|
Dipodie De samenvoeging van twee jamben of twee trocheeën tot een eenheid. Ook syzygie genoemd. |
|||
|
Dirae De Romeinse verwensingen of smaadverzen. Vergelijk arae. |
|||
|
Direct object Het lijdend voorwerp. |
|||
|
Directe rede Het weergeven van iemands woorden of gedachten in dezelfde vorm als van de persoon zelf. Bijvoorbeeld: 'Hij zei: "Ik ga niet"'. Antoniem: indirecte rede. |
|||
|
Dirge De benaming in het Engelse taalgebied voor een elegie. |
|||
|
Disjuncte fonemen De fonemen die geen verwantschap of band met elkaar hebben, buiten het feit dat het alle klinkers zijn. |
|||
|
|||
|
Disjunctief,
Disjunctivus Een tegenstellend voegwoord; een tegenstelling vormend. |
|||
|
Dislocatie De verplaatsing van (een deel van) een zinsdeel naar uiterst links of uiterst rechts in de zin, waarbij een pronomen op de oorspronkelijke positie wordt geplaatst. |
|||
|
Disponibiliteit De bruikbaarheid in het taalsysteem. |
|||
|
Dispositie Het ordenen van de gedachten om een duidelijke en overzichtelijke voorstelling mogelijk te maken. De tweede van de vijf pijlers van de retorica. Ook wel ordening genoemd. Zie stijldeugden (punt 2). |
|||
|
|||
|
Dissolutie Zie asyndeton. |
|||
|
|||
|
Distichomyt(h)ie Een passage in een drama waarin de sprekers om beurten twee regels reciteren. |
|||
|
Distichon
|
|||
|
Distinctief Een betekenisverschil aanduidend; ook relevant genoemd. |
|||
|
Distinctio De specifieke verwijzing naar verschillende betekenissen van een woord als stijlmiddel. |
|||
|
Distributie Het onderverdelen van het totaal in onderdelen als stijlmiddel. |
|||
|
Distributief Verdelende woorden. Bijvoorbeeld: 'elke' en 'elk'. |
|||
|
Dithyrambe, dithyrambos Een ode; een hartstochtelijke lofzang. Deze basisvorm van dramatiek was in feite de primaire vorm van de tragedie, aangezien deze een vorm van de cultus van vruchtbaarheidsgodinnen was. De vorm was vaak een samenspraak tussen de exarchoon (koorleider) en het koor, ter ere van Dionysos, waarvan de bijnaam Dithurambos was. Arioon was de eerste, die er een regelmatige vorm aan gaf en ook de inhoud verzorgde. De voornaamste dithyrambos-dichters waren Simonides en Bacchylides van Keos en Pindaros. De dithyrambos had toen haar definitieve vorm in strofen en antistrofen. De inhoud van de dithyrambos had ook niet meer (uitsluitend) betrekking op Dionysos. Vanaf de 5e eeuw v.G.T. na de Perzische Oorlogen kreeg de muziek de meeste aandacht en werd de inhoud van het lied bijzaak. Strofe en antistrof verdwenen, solozangen werden ingelast. Later werd in de dithyrambe ook de verering van een (menselijke) held geuit. De ode verschilt slechts in één opzicht: de dichterlijke verrukking en hartstocht is gematigder ten opzichte van de dithyrambe. |
|||
|
Ditrochee Een trocheïsche dipodie. Ook dichoree genoemd. |
|||
|
Dit Een Frans-middeleeuwse tekst, meestal satirisch en/of moraliserend. Bijvoorbeeld: Dit de l'Erberie van Rutebeuf (±1620). |
|||
|
Dittografie Het bij vergissing dubbel schrijven van letters, lettergrepen, woorden of zinsdelen. Vóór de uitvinding van de boekdrukkunst, werden manuscripten met de hand overgeschreven. Daardoor kwam het voor dat letters, lettergrepen, woorden of gedeelten van zinnen dubbel werden geschreven. |
|||
|
Divagatie Een afdwaling, uitwijding. |
|||
|
Divan Een bundel gedichten van één auteur, meestal op alfabetische volgorde gerangschikt. Bijvoorbeeld: Divan van Hafiz (±1360). |
|||
|
Diverbium Het gesproken gedeelte in een Latijnse komedie. Vergelijk canticum 1. |
|||
| Divisio Het onderverdelen in soorten of klassen als stijlmiddel. |
|||
|
Dizain Een strofe van tien verzen, meestal een kwatrijn en een sextet. |
|||
|
Dodecasyllabel Een vers met twaalf lettergrepen. |
|||
|
Dof Neutraal (van klinker). |
|||
|
Dolce stil nuovo De poëtische stijl van een losse groep hoofdzakelijk Florentijnse dichters in de dertiende en veertiende eeuw, waaronder Dante. Deze groep schreef zuivere, verfijnde en zeer muzikale verzen in de eigen volkstaal met de liefde als hoofdthema. Men streefde naar lieflijkheid, eenvoud, oprechtheid en verbondenheid met de natuur. Afkomstig uit het Italiaans (dolce stil nuovo = zoete nieuwe stijl).
|
|||
| Donysis Het beschrijven of reconstrueren van heftige emoties. |
|||
|
Dorsaal Met de rug van de tong gevormd. |
|||
|
|||
|
Downdrift De eigenschap van elke zin die met een dalende toon aanvangt. Soms ook declinatie genoemd. |
|||
|
Doxologie
|
|||
|
Drama
Weliswaar past men in Frankrijk Seneca's rigoureuze wetten later met wat soepelheid toe, het drama blijft in dat land streng klassiek. In Engeland komt in die periode het romantische drama op, dat in Shakespeare zijn hoogtepunt bereikt. |
|||
|
Dualis De (oude) grammaticale vorm van het getal (naast enkelvoud en meervoud) die betrekking heeft op twee personen of zaken. |
|||
|
Dubbel rijm Het eindrijm bij metrische verzen dat zich uitstrekt over meerdere lettergrepen waarvan er twee niet geaccentueerd zijn. |
|||
|
Dubitatie De stijlfiguur waarbij de spreker zich afvraagt hoe hij een bepaald probleem zal aanpakken of welke naam hij eraan zal geven. |
|||
|
Duplicatie Zie bij anadiplosis. |
|||
|
Duratief Een werkwoord dat een voortdurende handeling aanduidt; ook progressief genoemd. |
|||
|
Dynamisch accent De onderscheiding tussen woordklanken naar de kracht. Vergelijk met muzikaal en temporeel accent. |
|||
|
Dysfemisme Een verhardende of kwetsende uitdrukking. Antoniem: eufemisme. |
|||
|
Dysmelie Een niet-harmoniërende verbinding van zinsdelen of woordfuncties. |
|||
|
Dystopie Het verwerpen van een toekomstbeeld in een toekomstroman.
|
|||
| © Maurice van Elburg (m.van.elburg@raketnet.nl) Niet zonder toestemming kopiëren. |
|||
| << Naar C of Naar E >> | |||