|
Echogedicht
Een gedicht of lied waarin het
laatste gedeelte van een regel telkens als echo wordt herhaald.
Ecloge
Een herdersgedicht. Deze dichtvorm
kwam reeds in de klassieke oudheid voor en werd in de Renaissance sterk
nagevolgd. Vooral Theocritus en Vergilius werden als voorbeeld gesteld. Ook arcadia,
bucolisch gedicht of pastorale genoemd. Vergelijk
idylle.
Afgeleid van het Griekse eklôge
(keuze).
Ecriture artiste
De stijl van impressionistische
proza, die zich kenmerkt door ongewone woordvorming en
syntaxis.
Ecriture automatique
De schrijftechniek van surrealisten
waarbij de gedachtenstroom ononderbroken wordt neergeschreven. Hieraan werd de
cadavre
exquis ontleend.
Efemeride
De dagboeken van een vorst of
veldheer.
Effictio
Een persoonlijke beschrijving (van de uiterlijke kenmerken); een
top-tot-teen-catalogus. Vergelijk diatypose.
Effiguratie
Een levendige, gedetailleerde
beschrijving van personen of zaken. Ook demonstratie, descriptie,
diatypose,
ekfrase, enargia, evidentia, hypotypose of illustratie
genoemd.
Egressief
De eigenschap van spraakklanken die
worden gevormd tijdens het uitademen. Afgeleid van het Latijnse egressio
(uitgaan).
Ejectief
Een spraakklank die gevormd wordt
door de mondholte en stembanden af te sluiten en vervolgens in een keer te
openen waardoor er een 'knallend' smakgeluid ontstaat.
Ekfonesis
Een uitroep die emotie uitdrukt.
Ekfrasis
Een levendige, gedetailleerde
beschrijving van personen of zaken. Ook demonstratie, descriptie,
diatypose,
effiguratie, enargia, evidentia, hypotypose of illustratie
genoemd.
Elatief
De verheffende trap, de absolute superlatief.
Bijvoorbeeld: 'allerbest'.
Vergelijk positief,
comparatief en
superlatief.
Elegie
Een klaaglied, waarin de dichter een
klacht vertolkt over het leed dat hem heeft getroffen.
In klassiek Griekenland werd de elegie in disticha-vorm geschreven. De
naam is waarschijnlijk afkomstig van het Griekse woord elegos
voor riet of fluit, aangezien de oudste elegieën werden begeleid met een fluit.
In de 8e eeuw v.G.T. werd de elegie in Ionische kuststeden gezongen bij de
ceremonie van de begrafenis. Er zijn echter ook andere genres van elegieën:
-
De didactische
elegie ontstond onder invloed van de didactische stroming. Deze elegische
zangen waren bedoeld om de mensen beter te maken of tot daden aan te sporen,
zoals de Hypothekai van Kallinos van Ephese.
-
De krijgselegie
bestond uit aansporingen om moedig te strijden en de vijand geestdriftig
tegemoet te treden.
-
Bij de erotische
elegie kunnen onder andere de elegieën van Mimnermos van Smyrna
ondergebracht worden, vóór 600 v.G.T.
-
De wijsgerige
elegie vinden we onder andere bij Xenophanes van Kolophon, die zijn
wijsgerige opvattingen in elegische vorm goot, waardoor hij de grondlegger van
de School van Elea werd.
-
Bij de politieke
elegie zijn de Nomoi van Solon van Athene onder te brengen, waarin
hij pleit voor zijn democratische opvattingen.
Elenchus
Een logische weerlegging; een
syllogistische weerlegging. Afgeleid van het Griekse
elencho
(weerleggen). Socrates was degene die door middel van korte vragen en antwoorden
een waarheid probeerde te omlijnen. In de Latijnse filosofie werd de frase Ignoratio
elenchi! (het argument negeren) gebruikt wanneer de opponent inging op
irrelevanties.
Elisie
Het uitstoten van een zwakker
geaccentueerde klank, meestal omwille van het metrum of het ritme. Zie
afaeresis, apocope en
syncope.
Bijvoorbeeld een versregel van H. Roland Holst:
'Dav'ring van
lichtbazuinen'.
Ellips
-
De weglating van
één of meer woorden in een zin. Deze retorische figuur is alleen dan correct
wanneer de toehoorders zonder moeite de ontbrekende woorden kunnen invullen
vanuit de context. Zie detractie en
syllepsis.
-
Een niet-afgemaakte
gedachte van de spreker, aangegeven door een gedachtestreep in de tekst;
weglating; uitlating. Ook reticentie genoemd. In tegenstelling tot de
aposiopesis,
wordt hierdoor de nadruk gelegd op hetgeen wél wordt gezegd. Alleen de
gevolgtrekking of conclusie berust bij de lezer of luisteraar.
Ellipsis
Een weglatingsteken, meestal drie
punten of sterretjes.
Elocutie
De manier waarop iets wordt
voorgedragen; de uitspraak; de spreektrant. Eén van de
vijf pijlers van de retorica. Van het Latijnse elocutio
(inkleding van gedachten).
Eloge
Een lijkrede, een lofrede op een
overledene.
Eloquentie
De welsprekendheid. Afgeleid van het
Latijnse eloquentia (welsprekendheid).
Embryonaal rijm
Zie halfrijm.
Emenderen
Het verbeteren van bedorven plekken
in oude geschriften. Afgeleid van het Latijnse mendum (fout).
Emfaze
Het spreken met nadrukkelijke
uitingen van gevoel, veel nadruk, opvallende woordschikking of weglating van het
onbelangrijke (zie ellips 1). Afgeleid van het Griekse
faino (tonen).
Enallage
Afgeleid van het Griekse enallage
(verwisseling).
-
De stijlfiguur
waarbij woordsoort of woordvorm wordt verwisseld. Vergelijk
hypallage.
Bijvoorbeeld: tegenwoordige tijd in plaats van verleden tijd.
-
De verwisseling,
bijvoorbeeld van attributen.
Enargia
Een levendige, gedetailleerde
beschrijving van personen of zaken. Ook demonstratie, descriptie,
diatypose,
effiguratie, ekfrase, evidentia, hypotypose en illustratie
genoemd.
Encheiridion
Een verzameling uittreksels; een
handboek. Afgeleid van het Griekse cheir
(hand).
Enclise
Het zwakbetoond aanleunen achter een
woord. Afgeleid van het Griekse klino
(doen leunen). Vergelijk proclise.
Bijvoorbeeld: 'zegk', waarbij de 'k' staat voor 'ik'.
Enclitisch partikel
Een achtergeplaatst woord; een
woord(deel) gebruikt als suffix.
Encomium
Afgeleid van het Griekse komôs
(feestelijke optocht met lofgezangen).
-
Een lofrede, lofzang of loflied.
-
Het prijzen van een persoon of voorwerp door inherente
eigenschappen op te hemelen.
Endocentrisch
De eigenschap van een syntactische
constructie die een onderdeel bevat dat dezelfde verbindingsmogelijkheden heeft
als de constructie zelf.
Bijvoorbeeld: 'al die kostbare energie'.
Antoniem: exocentrisch.
Endogeen
Behorend tot de moedertaal.
Endogram
Een woord dat in een ander woord
staat, waarbij er een bestaande of ironische verbinding tussen de woorden is.
Bijvoorbeeld: 'oor' in 'woord'.
Energia
Een duidelijke, heldere, levendige beschrijving.
Enigma
Een raadsel.
Enjambement
Het verschijnsel bij stroferijm,
waarbij een zin te lang is voor één versregel en daardoor doorloopt over de
volgende regel(s). Zinsdelen die syntactisch bij elkaar horen worden dus
gescheiden. Ook oversprong genoemd.
De dichter kan hiervan gebruik maken om drie redenen:
-
Het woord aan het
einde van de versregel krijgt, omdat het even aangehouden wordt, speciale
belichting;
-
Doordat er op een
onverwachtse plaats een korte pauze is, treedt er een zekere spanning op;
-
De monotonie die het
trouw terugkerend rijm kan meebrengen, wordt weggenomen.
Vestdijk noemde het
enjambement 'rijmverdoezeling', het gedicht wordt een stromend geheel.
Enkelvoud
Zie singularis.
Enkomion
De zang bij de kosmos; een serenade;
een feeststoet; een drinkgelag. Het was een Griekse koorhymne, niet ter ere van
een godheid, doch ter ere van een persoon. Gezongen op het einde van een symposion
of een banket, betekende het enkomion werd het loflied opgedragen aan de
gastheer. Na enige tijd werd het enkomion een loflied voor een bijzondere
prestatie, en in dat verband werd deze benaming gegeven aan sommige gedichten
van Simonides van Keos. Het enkomion onderging langzaam een verandering tot het
epinikion,
een triomflied voor de overwinnaar op één van de Panhelleense spelen of een
oorlog, en de threnos, een dodenklacht.
Enthymema
Een syllogisme waarin een van
de premissen is verzwegen en kan worden aangevuld
of waarvan de premissen slechts
waarschijnlijk waar zijn. Het is een vorm van
deductieve bewijsvoering en komt vaak voor in de retorica.
Enumeratie
Een opsomming, waardoor nadruk op de
zin wordt gelegd. De opdracht van Multatuli's Max Havelaar bijvoorbeeld,
krijgt door de hamerende enumeratie een dwingend karakter. Sterk verwant aan
accumulatie.
Ook epimerismus genoemd.
Enumeratio
-
Het onderverdelen van onderwerpen in bijkomende zaken, oorzaken in effecten,
antecedenten in gevolgen, etc.
-
Een recapitulatie.
Enuntiatief
De eigenschap van een aanwijzende of
verduidelijkende opsomming.
Envoi
-
De slotstrofe van een
rederijkersrefrein, gericht tot de prince. Ook princestrofe genoemd.
-
De opdracht van een ballade
of een Chant Royal.
Epanalepsis
De stijlfiguur waarbij de eerste
woorden van een zin weer worden opgenomen. Bijvoorbeeld: "He sees his love, and
nothing else he sees" (Venus and Adonis van Shakespeare, regel
287).
Vergelijk anafora, epanodos,
epifoor, epizeuxis,
geminatie, iteratie en
repetitie.
Zie ook complexie en
anadiplose. Afgeleid van het Griekse
analepsis
(het weer opnemen).
Epanodos
-
De stijlfiguur waarbij de woorden
van een zin in omgekeerde volgorde worden herhaald. Zie epanalepsis.
Afgeleid van het Griekse anôdôs
(opgang). Zie antistrofe.
Bijvoorbeeld: 'ik prijs den Heer, den Heer prijs ik'.
-
Een verklaring uiteenzetten door het deel voor deel te
bespreken.
Epeisodion
De kern van de klassieke tragedie,
volgend op de prologos en de
parados. De epeisodia,
vaak bestaande uit drie tot vijf onderdelen, waren de feitelijke ontwikkelingen
van gebeurtenissen, waarbij de acteurs optraden. Ook de epeisodia konden
lyrische delen bevatten, klachten of overwegingen van acteurs of het optreden
van het koor, in nauw verband dan met het gegeven (zie
parabasis).
Epenthesis, Epenthese
Het inlassen van een klank midden in
een woord, bijvoorbeeld: zwaarder. Een vorm van
adiectie.
Vergelijk paragoge en
prothesis. Afkomstig van het Griekse
thesis
(plaatsing). Dit kan ook gebeuren omwille van het metrum of het ritme,
zoals in de regel die Vondel Gysbreght laat zeggen van de gesneuvelde Arend van
Aemstel: 'Hy is met krijghsmans eere in 't harrenas gestorven.'
Het inlassen van een klinker wordt ook anaptyxis genoemd.
Epexegese
Een bijgevoegde verduidelijking in
de retoriek.
Epicedium
Een treurzang; een rouwlied; een
lijkzang. Afgeleid van het Griekse kedôs
(smart).
Vergelijk elegie en threnos.
Epicene
Gemeenslachtig.
Bijvoorbeeld: het Griekse bous
is zowel een stier als een koe en zal hetzij een mannelijke, hetzij een
vrouwelijke vervoeging krijgen, afhankelijk van het geslacht van het dier
waarnaar wordt verwezen.
Epiclese
De aanroeping van de Heilige Geest.
Epicrise, Epicrisis
Gedetailleerde kritiek; een
kritische bespreking of analyse. Dit in het bijzonder met betrekking tot
literair werk. Het kan ook betrekking hebben op een commentaar op een geciteerde
passage tijdens een (juridische) rede. Afgeleid van het Griekse
krino
(oordelen).
Epideiktische
redevoering
Een pronkende redevoering, waarbij
er meer aandacht is besteed aan de vorm dan aan de inhoud. Afgeleid van het
Griekse epideiktikôs
(prijzend, berispend, pronkend).
Epidiorthosis
De correctie of restrictie van een
voorafgaande opmerking.
Epiek
-
Een betrekkelijk
objectief genre van taalkunst. Wij kunnen epiek in de volgende categorieën
indelen (lees hierover bij de gelijknamige onderwerpen):
1. Epos;
2. Ballade en Romance;
3. Sprookje;
4. Mythe;
5. Sage;
6. Legende;
7. Idylle;
8. Vertelling;
9. Novelle en Roman.
-
De leer van het
heldendicht; de leer van de narratieve teksten.
Epifonema
Een algemene slotbeschouwing die in
de klassieke literatuur vaak een langere argumenterende of verhalende
gedachtegang afsluit. Vaak een sententie in de vorm van een
exclamatie. Indien deze kort is, is het een vorm van
brevitas.
Epifoor
Een woord of woordengroep aan het
eind van een zin herhalen in de volgende zin. Ook epistrofe genoemd.
Afgeleid van het Griekse epifora
(nadracht).
Epifrase
De stijlfiguur waarbij aan het einde
van een syntactisch voltooide zin of woordgroep nog één of meer bestanddelen
als afronding, rechtzetting, beklemtoning of amplificatie 1 toegevoegd
worden.
Epigoon
Navolgers; imitators; nabloeier.
Over het algemeen in de negatieve betekenis van het woord, waarbij geïmpliceerd
wordt dat de kwaliteit van het werk dat voorgaande werken nabootst van mindere
kwaliteit is.
Epigraaf
Een opschrift of inschrift, in het
bijzonder in steen. Het kan echter ook een motto zijn aan het begin van een
hoofdstuk.
Epigram
Een puntdicht; een kort hekeldicht,
tegenwoordig ook van lyrisch-didactische aard. In figuurlijke zin ook gebruikt
voor een puntig gezegde of een boutade.
In het klassieke Griekenland werd deze kleinkunst van de lyriek epigramma
genoemd. Het waren kleine gedichten van twee (distichon) of vier
versregels, zeer dikwijls in hexameters. Het epigram was in de
archaïsche vorm een elegie in het klein en kwam voor als grafschrift,
inwijdingsformule, etc.
De meest bekende epigrammendichter in de Latijnse literatuur is ongetwijfeld
Martialis.
Epilogos
Het slotgedeelte van een epinikion.
Dit gedeelte was een lofzang op de overwinnaar, maar vooral ook op de mecenas,
de kunstbeschermer van de stad, die de training van de atleet en dientengevolge
ook zijn overwinning, had mogelijk gemaakt. Tevens gaf het verdere
gedragsregels, zoals een waarschuwing niet hoogmoedig te worden en op zijn te
hoede te blijven voor afgunst van anderen.
Dit gedeelte wordt ook epodos genoemd.
Epiloog
Een narede, in het bijzonder met
betrekking tot een toneelstuk.
Epimerismus
Zie enumeratie.
Epimone
Een refrein; de frequente herhaling van een frase of vraag.
Epimythium
Een zedenles aan het slot van een fabel
of exemplum. Vergelijk promythium.
Epinikion
Een overwinningslied; een Griekse
koorzang; een gedicht ter ere van de overwinnaar in één van de Panhelleense
spelen, gewoonlijk in de atletiek, het hardlopen of in de paardenrennen.
Een epinikion bestond gewoonlijk uit groepen van drie strofen, die
triaden vormden. De zang bestond uit de delen (lees hierover bij de
gelijkgenaamde onderwerpen):
-
De archè ook
strofe genoemd;
-
De omphalos ook antistrofe genoemd;
-
De epilogos ook epodos genoemd.
Het epinikion kon door
de magistraat van de stad waar de overwinnaar woonde worden besteld, zodat de
atleet bij zijn terugkeer feestelijk werd begroet. De zegezang werd gezongen als
de held aankwam, tijdens de processie naar de tempel of tijdens het feestelijk
banket, dat hem werd aangeboden door zijn vaderstad.
Het epinikion was een eerbetoon aan de lichamelijke pracht, het
uithoudingsvermogen, de kracht en de lenigheid. De opdracht tot het dichten van
een zegezang was een eervolle taak en de bevestiging van een grote dichterlijke
begaafdheid.
Epiplexis
Afgeleid van het Griekse plesso
(berispen).
-
De retorische aanwending waarbij de
spreker een menigte bewerkt en hen flink de mantel uitveegt ten einde hen aan te
sporen.
Bijvoorbeeld: de beroemde toespraak van de tribuun Marullus tot de menigte in
Shakespeare's Julius Caesar (Act I, Scene I).
-
Een vraag stellen om (vervolgens) te vermanen.
Epirrhema
Het deel van de parabasis,
waarin de koorleider satirische opmerkingen geeft met betrekking tot de
actualiteit van het onderwerp van het blijspel, of waarin hij spot met
het publiek.
Episode
-
Een ingeweven
verhaal.
-
Het gedeelte tussen
twee koorzangen (zie stasimon) in de Griekse
tragedie.
Epistola
Een brief; een wijsgerige of
moraliserende beschouwing, die sedert de oudheid voorkomt (de Brieven van
Paulus) en in de Renaissancetijd tot nieuwe bloei is gekomen, zoals in de
Brieven van P.C. Hooft.
Epistrofe
Zie epifoor.
Epitasis
De uitwerking van het groeiend
conflict in een tragedie. Ook desis genoemd.
Epit(h)alamium
Een bruiloftsdicht of -lied. Ook hymenaeus
genoemd.
Epit(h)eton
Een bijvoeglijke bepaling; een
bijnaam. Afgeleid van het Griekse tithemi
(zetten, plaatsen).
Men onderscheidt: 'epitheton ornans', een versierende bijvoeglijke bepaling
(vergelijk pleonasme en
tautologie 1), en 'epitheton necessarium',
een nader aanduidende bijvoeglijke bepaling.
Epitome
Een overzicht; een uittreksel; een
excerpt; een samenvatting. Ook brevarium genoemd. Afgeleid van het
Griekse temno
(snijden).
Epitrochasmus
Een snelle overgang van de ene stelling naar de andere.
Epitrope
De stijlfiguur die aanvangt met een
(schijnbare) toegeving. Afgeleid van het Griekse
trôpe
(wending).
Bijvoorbeeld: 'Het zou inderdaad kunnen schijnen dat..., maar...'
Epizeuxis
Het onmiddelijk herhalen van een
woord om er bijzondere nadruk op te leggen. Zie epanalepsis en
ploce. Afgeleid van
het Griekse zeugnumi
(samenkomen, binden).
Bijvoorbeeld: een gedeelte uit de Bijbel, Ezechiël 21:27, waar staat: 'Tot een
puinhoop, een puinhoop, een puinhoop zal ik ze maken.' Door de drievoudige
epizeuxis wordt zeer sterk de nadruk op de betekenis van de woorden gelegd.
Epode
-
Een slotstrofe
(na strofe 2 en
antistrofe 2) in een afwijkend
metrum.
-
Een korte versregel,
in een distichon aan een langere toegevoegd.
-
(Epoden) distichon;
een lyrisch gedicht bestaande uit disticha. Vroeger had het de betekenis van een
kort distichon dat aan een lang
distichon werd toegevoegd.
Epodos
Zie epilogos.
Eponiem
-
De soortnaam die op
een eigennaam teruggaat.
Bijvoorbeeld: 'colbert'.
-
De persoon van wiens
naam een woord is afgeleid.
Bijvoorbeeld: Louis Braille en Joseph Ignace Guillotine.
Epopee
Een epos.
Epos
Een heldendicht; een verhaal in
dichtvorm over beroemde helden en gebeurtenissen uit de geschiedenis van een
volk. Het geeft tevens een levens- en wereldbeschouwing. Het kwam in de
klassieke oudheid tot volle ontwikkeling (Ilias, Odysseia, Aeneis)
en het handhaafde zich in de Westeuropese letterkunde tot de 18e eeuw.
Ui de Germaanse en Romeinse traditie ontstonden mengvormen: het Angelsaksische
heldenepos
Beowulf (8e eeuw) vertoont bijvoorbeeld invloed van Vergilius.
Het Germaanse heldenlied en het Franse chanson de geste zijn epische
dichtwerken van kleinere omvang. De middeleeuwse ridderroman komt in zijn omvang
en opzet met het epos overeen.
Epyllion
Een klein epos, in hexameters
geschreven.
Equivoca
Dubbelzinnigheden.
Equivocatie
De benoeming van twee verschillende
begrippen met hetzelfde woord.
Equivociteit
Een dubbelzinnigheid.
Antoniem: univociteit.
Ergatief
De naamval voor het subject
in transitieve zinnen, bijvoorbeeld in Australische talen.
Antoniem: absolutief.
Ergocentrisch
De literaire kritiek die zich op het
werk zelf concentreert en niet op de maker of de historische context ervan.
Ergoteren
Het redeneren op scholastieke wijze.
Eristiek
De twist- en redeneerkunde.
Erlebte Rede
Een tussenvorm van de directe en
indirecte rede, veelal door impressionisten gebruikt. De woordvolgorde is gelijk
aan die van de directe rede, maar de zin staat niet in de eerste, maar in de
derde persoon, terwijl de tijd het imperfectum van het verhaal is.
Bijvoorbeeld: 'Hij zei, hij zou ook meegaan.'
Deze vorm wordt ook style indirect libre of verschleierte Rede
genoemd.
Erotesis
Een retorische vraag die sterke
afkeuring of ontkenning impliceert.
Erziehungsroman
Zie ontwikkelingsroman.
Esbattement
-
Een middeleeuws,
komisch toneelstuk, dat tafereeltjes uit het volksleven weergaf.
-
Een kluchtspel bij de
rederijkers.
Bijvoorbeeld: Esbattement van den Appelboom (1578).
Escape-literatuur
De literatuur waarmee aan de
werkelijkheid wil ontsnappen.
Eschatocol
De slotformule, het sluitstuk van
een oorkonde.
Esopet
Een verzameling 13e eeuwse
Nederlandse dierenfabels.
Essay
Een tot het beschouwende of
didactische genre behorende verhandeling in proza over een onderwerp uit de
wetenschap of kunst.
Bijvoorbeeld: Lier en Lancet door Vestdijk.
Ethopoia
Een beschrijving van natuurlijke neigingen.
Etnofaulisme
Een discriminerend scheldwoord voor
iemand van een andere etnische herkomst.
Et-teken
De ampersand: &.
Etymologie
De leer van de afleiding van de
woorden; leer van de afkomst van de woorden. Afgeleid van het Griekse
etumôs
(waar, echt).
Etymon
De oorspronkelijke wortel of bron
van een woord. Afgeleid van het Griekse
etumôs
(waar, echt).
Eucharistia
Het stijlmiddel waarbij een dankzegging wordt gedaan tijdens een rede.
Euche
Een belofte of eed tijdens een rede. Ook wel orcos genoemd.
Eufemisme
Een verbloemde, verzachtende
benaming van iets onaangenaams. Van het Griekse
eufêmia (een mooie naam voor een
slecht ding). Politici maken een dankbaar gebruik van deze
stijlfiguur. Wanneer zij bijvoorbeeld een bezuiniging (negatief) moeten
aankondigen, spreken zij over bestedingsbeperking (neutraal).
Veel eufemismen hebben betrekking op geslachtsorganen en menstrueren.
Antoniem: dysfemisme.
Eufonie
Een klankverandering om
uitspraakgemak (of welluidendheid).
Euhemerisme
Het interpreteren van mythen als
geschiedenis, bijvoorbeeld door goden te zien als verheerlijkte bijzondere
mensen. Genoemd naar Euhemerus, mythograaf uit de 4e eeuw v.G.T.
Eulogia
Een persoon of voorwerp aanprijzen tijdens een rede.
Euphuïsme
Een gekunstelde schrijftrant; een
(overdreven) ingewikkelde stijl; een retorische stijl. Naar John Lyly's Euphues,
the anatomy of wyt (1578) en Euphues and his England (1580). Een vorm
van maniërisme. Vergelijk
gongorisme, marinisme,
preciositeit
en Schwulst.
Eustathia
Een gelofte van standvastigheid tijdens een rede.
Evidentia
Een levendige, gedetailleerde
beschrijving van personen of zaken. Ook demonstratie, descriptie,
diatypose,
effiguratie, ekfrase, enargia, hypotypose en illustratie genoemd.
Exaggeratie
Zie amplificatie.
Excerperen
-
Een uittreksel maken.
-
Het maken van
aantekeningen uit een geschrift met een bepaald doel.
Excerpt
Een uittreksel.
Exclamatie
Een uitroep; een luid geroep.
Excursus
Zie digressie.
Exegese
Een tekstverklaring, in het
bijzonder van bijbelse tekst.
Exempel
Een middeleeuws stichtelijk verhaal,
dat een treffend voorbeeld geeft van de liefde van God of Zijn Heiligen.
Afgeleid van het Latijnse exemplum (voorbeeld).
Bijvoorbeeld: Exempla van Cornelius Nepos.
Exemplum
Een geciteerd voorbeeld, waar gebeurd of niet; een illustratief voorbeeld.
Exergasia
Het herhalen van dezelfde gedachte in vele figuren.
Exhortatief
Aanmanend; vermanend.
Existentiëel werkwoord
Een werkwoord dat een bestaan
uitdrukt.
Bijvoorbeeld: 'zijn'.
Exodos
Het laatste deel van de klassieke
tragedie. Na het laatste stasimon verliet het koor het podium en
zong het lied van de aftocht, de exodos. Het stuk had zijn ontknoping gekregen,
de held was geslagen en had het lot ondergaan, zoals hij het had verdiend. De katharsis
lag voor hem.
Exoniem
De eigen vorm in een taal voor een
buitenlandse geografische aanduiding.
Bijvoorbeeld: 'Rome' in plaats van 'Roma'.
Exordium
De inleiding van een rede. Vergelijk corpus en
peroratie.
Zie meer informatie over de indeling van een klassieke rede op de pagina over
Ordening.
Expeditio
Het verwerpen van alle alternatieven behalve één. Ook apofasis
genoemd.
Expiratiedruk
De kracht waarmee bij het vormen van
klanken de lucht uit de longen gedreven wordt.
Expletief / Expletivum
Een woord dat als onnodig in een zin
kan worden beschouwd; een stopwoord. Afgeleid van het Latijnse ex (zeer)
en plere (vullen).
Explicatio
Het deel van een rede waarin de gebruikte termen worden gedefinieerd en de
zaken geopend die moeten worden behandeld. Werd ook definitio genoemd.
Zie meer informatie over de indeling van een klassieke op de pagina over
Ordening.
Expliciet
Uitdrukkelijk.
Antoniem: impliciet, stilzwijgend.
Explicit
De laatste woorden van een tekst of
een handschrift. Afkomstig van het Latijnse explicitum est volumen,
explicitus est liber (de boekrol is geheel uitgerold, het boek is ten
einde).
Explosief
Zie Occlusief.
Expositie
-
Zie prologos.
-
Het deel van een rede waarin de gebruikte termen worden
gedefinieerd en de zaken geopend die moeten worden behandeld. Werd ook definitio
genoemd.
Zie meer informatie over de indeling van een klassieke op de pagina over
Ordening.
-
Het deel van een
drama of een roman waarin de hoorder of lezer ingeleid wordt in de stand van
zaken.
Expressie
Een uitdrukking, een gezegde.
Expressief
De eigenschap van klanken die een
bepaald gevoel aanduiden.
Exquisitie
Zie percontatie.
Ex-tempore
Een onvoorbereide rede in poëzie of
proza.
Extrapositie
Het verplaatsen van de ingebedde zin
naar het eind van de zin.
Extravaganza
Een fantastisch stuk, meestal een
parodie.
Exuscitatio
Emotionele uitingen die de toehoorders moeten bewegen tot soortgelijke
gevoelens.
|