|
Vagantenpoëzie
De poëzie die door de groep
rondtrekkende studenten in de dertiende eeuw werd vervaardigd. Zie
goliard.
Bijvoorbeeld: Carmina Burana.
Val
Een treffende gedachte of wending in
de laatste regels van een sonnet.
Valentie
De grammatische waarde, de
mogelijkheden van gebruik. Men onderscheidt: morfologische valentie (het
vermogen van woorden om samenstellingen en afleidingen te vormen) en syntactische
valentie (de mogelijkheden om met andere woorden een woordgroep te vormen).
Valtoon
Een stoottoon.
Variatie
-
Het stijlmiddel
waarbij gebruik wordt gemaakt van een omschrijvende herhaling. Vergelijk
polyptoton
en paronomasia.
-
Het literaire
beginsel waarbij van variatie wordt uitgegaan.
Variorum
-
Een geannoteerde
uitgave; een uitgave met commentaar van verscheidene critici of geleerden.
-
Een uitgave van een
literair werk met verschillende tekstuitvoeringen.
Vaudeville
Een luchtig muzikaal toneelstuk met
vrolijke melodieën en komische liedjes, vaak van satirische inhoud.
Velaar
Een spraakklank gevormd dicht bij of
tegen het zacht verhemelte; gutteraal of
uvulair.
Velddicht
Een éénstrofig gedicht
waarin op speels-ondeugende wijze een avontuurtje wordt verhaald waarbij een
meisje door haar minnaar wordt verrast. Het bestaat uit negen verzen van vier
trocheeën
met wisselend rijmschema.
Bijvoorbeeld: Rozemond die lag en sliep van P.C. Hooft.
Verbaal
Werkwoordelijk.
Verbaal substantief
Een van een werkwoord afgeleid substantief.
Bijvoorbeeld: 'de val' van 'vallen'.
Verba contracta
De werkwoorden die:
1. eindigen op 'ao';
2. eindigen op 'eo';
3. eindigen op 'ôo'.
Verba liquida
De werkwoorden die eindigen op een
vloeiende consonant (liquidae).
Verba muta
De werkwoorden die eindigen op een
stemloze consonant (mutae).
Verba pura
De werkwoorden die voor de 'ω'
van de eerste persoon een tweeklank hebben.
Verbaalabstractum
Een substantief dat een
handeling aanduidt.
Bijvoorbeeld: 'doop' bij 'dopen'.
Verbaaladjectief
Een adjectief gevormd bij een
werkwoord.
Bijvoorbeeld: '-baar' is een verbaaladjectief bij het Germaanse werkwoord
'beran-' voor 'dragen' in bijvoorbeeld 'vruchtbaar'.
Verbaalnomen
Een substantief primair
gevormd naast een werkwoord.
Bijvoorbeeld: 'schot' naast 'schieten'.
Verbatim
Woordelijk; van woord tot woord. Ook ad verbum of in extenso genoemd.
Verbicide
Een verdraaiing of verkrachting van
woorden.
Verbid
Een subjectief gebruikt werkwoord.
Bijvoorbeeld: 'Het scheiden doet mij pijn.
Verbinding
Een (vaste) syntactische combinatie
van woorden. Men onderscheidt: werkwoordelijke verbinding (een vaste
verbinding met een werkwoord als kern) en bijwoordelijke verbinding (een
vaste verbinding met de waarde van een bijwoord).
Bijvoorbeeld: 'op zijn jan boerenfluitjes'.
Verbuigen
De uitgang van een woord veranderen.
Ook declinatie genoemd.
Bijvoorbeeld: 'slechte' is een declinatie van 'slecht'.
Verbum
Een (werk)woord.
Verbum finitum
De vervoegde vorm van het werkwoord.
Verbum infinitum
De onbepaalde wijs; zie infinitief.
Vergelijking
Een vorm van beeldspraak waarbij een
zaak of begrip met iets anders in verband wordt gebracht door middel van een
analogiserend woord (als, zoals, gelijk,etc.). Vergelijk
homerische
vergelijking en metafoor.
Verlan
De Nederlandse vorm voor de Franse
vorm l'inverse, een onder de in Parijs studerenden populair taalspel,
waarbij de volgorde van de lettergrepen in elk woord wordt verwisseld. Vergelijk
antistrofe 1, paragram,
parallellisme en
spoonerisme.
Bijvoorbeeld: 'Dozat je oziets als zede zin spruiteekt plinaats van iets
mornaals.'
Verleden tijd
De vormen van het werkwoord die de
werking als volledig in het verleden plaats hebbend of gehad hebbend
voorstellen.
Verschleierte Rede
Zie erlebte Rede.
Vers
Eén regel van een gedicht.
Vers commun
Een alternerend
tienlettergrepig, berijmd vers dat veel voorkwam in de Franse heldendicht en
lyriek van de vijftiende en zestiende eeuw. Wanneer de laatste lettergreep
onbeklemtoond was, kon het vers ook elf lettergrepen bevatten.
Versmaat
De indeling van de verzen in lange
en korte of beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Zie bij
metrum.
Verspringend rijm
De rijmvorm met het rijmschema:
abcabc.
Verssnede
De deling of snede van een versregel
door een breuk in het ritme. Ook cesuur genoemd.
Versvoeten
De vaste combinaties van lange
lettergrepen afwisselend met een bepaald aantal korte. Het klassieke vers kende
bijvoorbeeld (lees hierover bij de gelijknamige onderwerpen) de:
-
jambe (U -)
-
trochee (- U)
-
anapest (U U -)
-
dactylus (- U U)
-
amfibrachys (U - U)
-
spondee (- -)
-
choriambus (- U U -)
-
creticus (- U -)
In de tijd van de
Renaissance zijn de klassieke versmaten in West-Europa overgenomen. Daar in de
West-Europese talen de lengte van de lettergreep geen duidelijke rol speelt, kon
men de afwisseling kort : lang niet overnemen. Men verving die door een
afwisseling van geaccentueerde en ongeaccentueerde lettergrepen.
Versvormen
Zie bij:
-
isosyllabisch of lettergreepvers
-
heffings- of toppenvers
-
woordvers
-
woordgroepvers
Vertelling
Een episch verhaal in dichtvorm
betreffende één of meer samenhangende gebeurtenissen.
Bijvoorbeeld: De hoofdige Boer door Staring.
Vervoeging
De werkwoordsvorm naar modus,
tijd en persoon schikken. Ook conjugatie genoemd.
Verwoording
De derde van de vijf pijlers van
de retorica. Ook wel stijl genoemd. In het Latijn elocutio genoemd; in
het Grieks lexis.
Vie romancée
Het episch genre waarbij het leven
van een beroemd persoon in de vorm van een roman geschilderd wordt.
Bijvoorbeeld: Het korte leven van Jaques Perk (1957) van Garmt
Stuiveling.
Villanella
Een landelijk lied dat rond het
einde van vijftiende eeuw vooral populair was in Italië. In de zestiende eeuw
kreeg de villanella de vaste structuur: vijf drieregelige
strofen (terzinen)
en een vierregelige eindstrofe (een
kwatrijn). De eerste en de
laatste regel van de eerste terzine
worden afwisselend als keerrijm
in de andere strofen herhaald. Afgeleid van het Italiaanse villano
(landelijk).
Bijvoorbeeld: Fladderende vlinders van Pol de Mont (1885).
Virelai
Een Franse variant van de lai.
Het bestaat uit drie strofen
van negen versregels, metrisch in tweeën
gedeeld door twee rijmklanken. Vergelijk chanson balladeé.
Visieve poëzie
De maatschappijkritische concrete
poëzie-vorm die bestaat uit een collage van knipsels, foto's en tekst. Ook
poesia
visiva genoemd.
Visueel rijm
De rijmvorm met homografen.
Visuele poëzie
Zie concrete
poëzie.
Vituperatio
Het houden van een afkeurende rede
als klassieke oefening aan de retorenscholen. De andere oefeningen waren
chrie, declamatio,
controversia, suasoria en
laudatio.
Vloeiklank
Een liquida ('l' of 'r').
Vocaal, Vocalis
Een klinker.
Bijvoorbeeld: 'a', 'e', 'i', 'o' en 'u'.
Vocabulaire
Een woordenlijst; een woordenschat.
Vocalisatie
Het aangeven van de bij geschreven consonanten
behorende vocalen (zie hierboven). Ook punctuatie genoemd.
Bijvoorbeeld: de Masoretische vocalisatie in de Hebreeuwse Geschriften van de
Bijbel.
Vocalise
Een gedicht dat geheel berust op
klankassociaties.
Bijvoorbeeld: Vera Janacopoulos van Engelmans.
Vocatief, Vocativus
De vijfde naamval; de naamval van de
aangesproken persoon.
Bijvoorbeeld: 'Quid est, medice?' (Wat is er, dokter?).
Voegwoord
Een indeclinabel woord dat het
verband legt tussen zinnen of gelijksoortige zinsdelen.
Bijvoorbeeld: 'want', 'omdat'.
Voegwoordgroep
Een woordgroep waarvan de kern een voegwoord (zie
hierboven) is.
Bijvoorbeeld: 'een dag voordat'.
Volapük
Een kunstmatige wereldtaal.
Zie meer informatie op
deze
pagina.
Volksballade
De epische dichtvorm van (of voor)
het volk. Kenmerkend zijn het feit dat:
-
de lezer ineens midden in de handeling geplaatst wordt;
-
het verhaal sprongsgewijs vooruit gaat;
-
details worden verwaarloosd;
-
tijd en plaats van de handeling zelden worden vermeld;
-
er veelvuldig van herhaling gebruik gemaakt wordt.
Volksepos
Een aanvankelijk alleen in de
mondelinge traditie voortlevend en groeiend heldendicht.
Antoniem: kunstepos.
Volksetymologie
Een verandering van een onbegrepen
woord, gebaseerd op een etymologische interpretatie daarvan waarbij
verwantschap of gelijkheid verondersteld wordt met een vertrouwd, bekend woord.
Bijvoorbeeld: 'gaanderij' van 'galerij'.
Volledig rijm
De rijmvorm waarbij het begin, het
midden of het einde van de versregel een verbindende waarde heeft. Het komt het
eerst voor in de Romaanse letterkunde. In de 9e eeuw vinden we het in de
'Evangeliënharmonie' van Otfrid voor het eerst in de Germaanse literatuur. Bij
volledig rijm zijn niet alleen de klinkers (tweeklanken), maar ook de erop
volgende medeklinkers gelijk.
Mannelijk of staand heet
het volledige rijm, als er één rijmende lettergreep is (loop - hoop). Volgt er
nog een tweede, zonder accent, dan spreekt men van vrouwelijk of slepend
rijm (lopen -hopen). Als er meer dan één lettergreep zonder accent volgt,
spreekt men van glijdend rijm (kinderen - hinderen). Wanneer er meer dan
één woord rijmt, spreekt men van dubbelrijm of rime riche, zoals
in het voorbeeld van De Schoolmeester:
Ook blaffen honden niet
meer als ze eenmaal dood zijn,
Anders zou het leven op een hondenkerk hof te groot zijn
Voorbeelden van rijm aan
het begin en in het midden van een versregel van resprectievelijk De Genestet en
Perk:
Ruisende wanden en
schitt'rende zalen
Bruisende bekers en ramm'lende schalen
Ik ben geboren uit
zonnegloren
En een zucht van ziendende zee
Volta
Het keerpunt in een sonnet,
een wending in de ontwikkelde gedachte tussen het octaaf en het
sextet.
Vaak is het octaaf abstract en subjectief en het
sextet concreet
en objectief. Ook chute genoemd.
Voordracht
Eén van de vijf pijlers van de
retorica. In het Latijn actio genoemd, in
het Grieks upôkrisis.
Voor-hoofse roman
Zie ridderroman.
Voorzetsel
Een woord dat de betrekking tussen
verschillende woorden in een zin aanduidt.
Vorm
De gedaante waaronder een woord naar
de declinatie kan optreden.
Vormleer
De leer van de buiging, vervoeging
en afleiding van woorden. Ook morfologie genoemd.
Vorstenspiegel
Een vorm van didactische literatuur
uit de Renaissance waarin het ideaalbeeld van een vorst in een maatschappij
wordt geschetst.
Bijvoorbeeld: Il Principe van Machiavelli (1513).
Vrij vers
De versvorm waarin metrum,
rijm,
en strofenbouw ontbreekt of slechts ten dele aanwezig is.
Vrouwelijk rijm
Zie bij volledig rijm.
Vulgarisme
Een uitdrukking strijdig met het
juiste taalgebruik.
|