|
Zarzuela
Een Spaans gezongen toneelstuk
(eerder neigend naar operette dan naar opera) in drie of vier bedrijven
(oorspronkelijk twee).
Bijvoorbeeld: El golfo de las Sirenas van Calderon (1657).
Zedenroman
Het episch genre waarbij de
schrijver zeden en leefgewoonten van een bepaalde tijd wil oproepen. Het meest
grandioze voorbeeld van zedenromans vinden wij in de grote roman-cyclus van
Honoré de Balzac: La comédie humaine (1829-1848). Ook in de Nederlandse
literatuur werd dit genre veelvuldig beoefend, zoals in Eline Vere (1889)
van Louis Couperus en Het ivoren aapje (1909) van Herman Teirlinck.
Zelfcorrectie
De stijlfiguur waarbij de schrijver
of spreker opzettelijk een fout maakt en die corrigeert. Hierdoor wordt de
aandacht sterker op een bepaald feit gevestigd.
Zelfnoemfunctie
Het gebruik van een woord in een
uitspraak omtrent dit woord zelf. Zie
metataal.
Zeugma
Een juk; een overspannen
samentrekking. Eén werkwoord kan bijvoorbeeld worden verbonden met twee of meer
voorwerpen, terwijl grammaticaal een tweede werkwoord nodig is, zodat er sprake
is van een ongelijk juk. Afgeleid van het Griekse
zeugnumi
(onder een juk brengen). Vergelijk syllepsis.
Zie diazeugma,
hypozeugma, mesozeugma en
prozeugma.
Bijvoorbeeld: 'Hij zag de flitsen, het licht en de rollende donder.' De rollende
donder is niet te zien, maar de persoon nam deze waar met zijn oren.
Grammaticaal gezien is deze zin niet correct zonder tweede werkwoord ('hoorde'),
maar aangezien deze niet voorkomt is er sprake van een zeugma.
Bekend is het grapje 'Hier zet men koffie en over' dat als opschrift aan een
veerhuis hing.
Zuiver attributief
Het gebruik van het participium
waarbij het louter een bijvoeglijke bepaling is van het
substantivum
waaraan het is toegevoegd en waarmee het congrueert. Dit kan vertaald worden in
het Nederlands door:
-
het overeenkomstige
Nederlandse deelwoord;
-
een bijvoeglijke
bijzin, dat wil zeggen een bijzin ingeleid door een betrekkelijk voornaamwoord.
Zwak
Regelmatig.
Antoniem: sterk.
|