| |
De rede van Marcus Antonius
Een prachtig voorbeeld van Shakespeare's toepassing van klassieke retorica
is de rede van Marcus Antonius in Julius Caesar. Deze
rede kan integraal worden gelezen op
deze pagina. Daarop wordt ook het gebruik van retorische middelen
duidelijk gemaakt door in de parallelle kolom de gebruikte middelen te
vermelden.
Antonius wil met zijn rede bereiken dat het volk van Rome de moord op
Caesar veroordeelt en de moordenaars terechtstelt. Maar hij moet zijn rede
starten onder de moeilijkst denkbare omstandigheden: zojuist heeft Brutus
succesvol betoogd dat zijn moord voortvloeide uit liefde voor Rome, omdat
Caesar bezig was een tiran te worden: "Not that I loved Caesar less, but
that I loved Rome more. Had you rather Caesar were living and die all
slaves, than that Caesar were dead, to live all free men?" Het volk is op
Brutus' hand: "'Twere best he [Antonius] speak no harm of Brutus here."
Wat Antonius moet doen, lijkt onmogelijk: hij moet "bewijzen" dat Caesar
niet ambitieus was en vervolgens de meute opjutten tot actie om Brutus en
zijn medestanders te vervolgen.
'Wat ik zeg niet te doen, dat doe ik'
Antonius kiest ervoor zichzelf als het ware deelgenoot te maken met het
opgehitste volk.
Wat hij daarom voortdurend doet, is beweren het ene te doen maar
tegelijkertijd het tegenovergestelde feitelijk doen. Zo begint hij met:
"I come to bury Caesar, not to praise him." En dat terwijl hij Caesar de
ene loftuiting na de andere toezingt.
Enige tijd later zegt hij: "Good friends, sweet friends, let me not stir
you up to such a sudden flood of mutiny", terwijl de doelstelling
van zijn rede juist dát is: muiterij tegen Brutus en zijn medestanders.
Aan het slot van zijn rede stelt hij zichzelf tegenover Brutus en Cassius:
"I am no orator, as Brutus is
But, as you know me all, a plain blunt man". En dat terwijl hij zojuist
"Noble Anthony" werd genoemd en werd gezegd: "There's not a nobler man in
Rome than Antony."
Op het moment dat hij zichzelf afschildert als de meest nietswaardige
inwoner van Rome - terwijl hij heel goed weet dat hij daarmee juist hoger
in aanzien stijgt - zegt hij: "I come not, friends, to steal away your hearts",
wederom regelrecht het tegendeel van zijn opzet!
Repetitie
De kracht van de redevoering zit in de koppeling die Antonius - gelijk
aan het begin van zijn rede - maakt tussen de "eerbaarheid" van Brutus en de
ambitie van Julius Caesar.
Door het gebruik van repetitie en het subtiel vervlechten van
argumenten in zijn opbouw, krijgt het gebruik van "honourable men" elke
keer dat Antonius de term gebruikt een minder gunstige betekenis. Tot op
het moment waarop de toehoorders uitroepen: "They were traitors:
honourable men!"
De emoties van het publiek
Op slimme wijze bespeelt Antonius de emoties van het publiek, waarbij
hij hun verontwaardiging oproept door de verdiensten van Caesar tegenover
de brute wijze waarop hij is vermoord te stellen, waarbij hij op poëtische
wijze uitwijdt over de wonden in de rug van Caesar.
Maar daarnaast appelleert hij ook aan hun verdriet en gaat hen daarbij
voor door zelfs een pauze in te lassen omdat hij overmand wordt door
emoties: "Bear with me;
My heart is in the coffin there with Caesar,
And I must pause till it come back to me." In de meeste
(film)voorstellingen wordt deze pauze door Antonius gebruikt om de reactie
van het volk te peilen. Zodra hij merkt dat men zijn argumentatie pikt,
voert hij zijn betoog op door aan te sturen op wraak voor de dood van
Caesar.
Het testament van Caesar
Een ander krachtig wapen dat Antonius maximaal uitbuit, is het
testament van Caesar. Van het begin tot aan het einde van de rede belooft
Antonius inzage te geven in het testament en "zwaait" ermee, terwijl hij
zelf keer op keer een zijweg inslaat die weer wegleidt van het testament.
En op het 'moment suprème' leest Antonius het testament niet voor, maar
geeft hij zijn eigen weergave van de inhoud ervan: het bezit van Caesar
vervalt aan de inwoners van Rome. Doordat hij niet letterlijk voorleest,
ontstaat twijfel over de feitelijke inhoud van het testament, maar niet
bij de aanwezigen! Misschien
had Caesar wel alles nagelaten aan Antonius of Octavianus en besloot
Antonius op dat moment de goederen aan te wenden om het publiek op
zijn hand te krijgen. Alles was geoorloofd, áls hij het publiek maar op
zijn hand kreeg en zij niet op
de hand kwamen van Brutus en de zijnen.
Een toonbeeld van bescheidenheid
Tegen het einde van zijn rede schetst Antonius zichzelf als een
nietswaardig persoon: geen bekwaam spreker, tot weinig actie in staat,
etc. tegenover Brutus de "orator". Daarmee geeft hij het publiek een
excuus voor het gegeven dat zij enkele minuten ervoor nog dweepten met Brutus en de zijnen en
hen met eerbetoon naar hun huizen brachten: het volk was misleid!
Antonius insinueert dat Brutus gebruik
maakte van misleidende retorische (oratorische) technieken, terwijl Antonius over zichzelf zegt: "as you know me all, a plain blunt man", een
nogal gewaagde uitspraak voor een Romeins patriciër die op dat moment
een briljante redevoering houdt. Maar het publiek slikt het moeiteloos en
stelt Antonius volledig in het
gelijk. Dood aan Brutus! Leve Antonius!
|
|
|
Shakespeare's gebruik van stijlmiddelen
Shakespeare was dol op het gebruiken van abstracte zaken
op concrete, zoals in de woorden van Surrey gericht aan Kardinaal Wolsey:
"Thou scarlet sin" (Henry VIII, 3.2.255). Enkele andere voorbeelden
van de door Shakespeare gebruikte stijlmiddelen:
- absolute constructie: "That thing you speak of, I took it
for a man" (King Lear, 4.6.77-78)
- transpositie (van adjectieven): "Souls and bodies hath he
divorced three" (Twelth Night, 3.4.238-239)
- transpositie (van voornaamwoorden): "Your state and
fortune and your due of birth" (Richard III, 3.7.120)
- ellips: "She calls me proud, and [says] that she could not
love me." (As You Like It, 4.3.17)
- ellips (van nominatief): "They call him Doricles, and
boasts himself to have a worthy feeding" (The Winter's Tale,
4.4.168-169)
- inversie: "For always I am Caesar" (Julius Caesar,
1.2.212)
- anakoloet: "Rather proclaim it, Westmorland, through my
host that he which hath no stomach to this fight, let him depart" (Henry
V, 4.3.34-36)
Shakespeare gebruikt regelmatig retorische figuren om een symmetrisch
effect te bereiken, met name in de vroege, versierde stijl van Richard
III en de niet-dramatische gedichten. Enkele stijlfiguren die hij
gebruikte in Venus and Adonis:
- parison: "How love makes young men thrall, and old men
dote" (837)
- isocolon: "Or as the wolf doth grin before he barketh,/ Or
as the berry breaks before it staineth" (459-460)
- anafora: "'Give me my hand,' saith he. 'Why dost thou feel
it?'/ 'Give me my heart,' saith she, 'and thou shalt have it'"
(373-374)
- antimetabole: "She clepes him king and grave for kings"
(995)
- anadiplosis: "O, thou didst kill me; kill me once again!"
(499)
- epanalepsis: "He sees his love, and nothing else he sees"
(287)
- ploce: "Then why not lips on lips, since
eyes in eyes?" (120)
- epizeuxis: "'Ay me!' she cries, and twenty times, 'Woe,
woe!'/ And twenty echoes twenty times cry so" (833-834)
- anaclasis: "My love to love is love but to disgrace it,"
(412) en "'Where did I leave?' 'No matter where,' qouth he, / 'Leave
me'" (715-716)
Meer materiaal kan gevonden worden in de volgende werken:
- Shakespeare's use of the arts of language van Sister Miriam
Joseph
- Shakespeare's use of rhetoric van Brian Vickars in A new
companion to Shakespeare's studies, uitgegeven door Kenneth Muir en
S. Schoenbaum.
|
|